HET VLIJPARK   TUIN  35   

   
OP TUIN 35 TUINIERDE WIM WOUTERS TOT VOORJAAR 2010








'Ik weet wat ik eet'

Een dag is geen dag zonder aardappel. Wim Wouters leeft met vastigheden. De aardappel is er één van. Ze zitten bij hem in de grond en ze liggen bij hem op het bord. Drie ons per dag, een afgewogen maaltje. Macaroni of Chinees eten komt er bij hem niet in. Op de aardappel kun je vertrouwen, iedere dag weer. 'Ik weet wat ik eet', is zijn onweerlegbare levensmotto.

Wim Wouters (1932) legt het rustig uit in een oude fauteuil, die in de hoek staat van zijn huisje. De inrichting is degelijk en ouderwets, met meubilair en een kookstel van jaren her. Een huisje zonder fratsen, zoals hij zelf. Al dertig jaar volgt hij van hieruit de seizoenen. Met zeven anderen was hij de eerste die de braakliggende aarde van het Vlijpark bewerkte. Hij begon meteen met het planten van groenten en aardappels, zoals zijn vader en grootvader het hem hadden voorgedaan. 'In de oorlog hadden we al een tuintje, je moest wel', vertelt de voormalige bouwvakker. 'Ik was negen jaar oud, toen ik mijn eerste aardappels pootte.'

Dertig jaar geleden waren er meer die een moestuin hadden. 'Maar bij de meesten was het half moestuin half siertuin'. Als enige echte moestuinder is hij nu overgebleven. Wim is omringd door 'keientuinen', zoals hij dat noemt. 'Overal leggen de mensen steentjes en keien tussen de bloemen neer.' Niet dat hij op een siertuin neerkijkt, maar het is hem te duur en te bewerkelijk. Zijn moestuin is overzichtelijk, Wim weet precies waar alles staat. Hij teelt op biologische wijze andijvie, tuinbonen, spitskool, zomerpenen, snijbietjes en sla. En natuurlijk aardappels, Priors om precies te zijn. Elk jaar verschuiven ze naar een andere hoek van de tuin, tegen de aardappelmoeheid'. Na vier jaar staan ze weer op hun oude plek.

Wim eet alles zelf op. Wat hij overhoudt verdwijnt in een vrieskist, thuis op het Land van Valk. Daar komt hij met gemak de winter mee door. 'In een supermarkt zul je mij niet zien', zegt hij. Hij vertrouwt het liefst op zijn eigen eten en beperkt bewust ook de drank: geen thee, geen koffie, geen limonade en geen alcohol. Wim drinkt alleen halfvolle melk en water, dat hij zelf kookt. Zo doodt hij de resterende 'microbeestjes'.

's Middags om kwart voor vijf komt het warme eten op tafel. Iedere dag van de week, vaste prik. Nooit een kwartiertje later? 'Dan krijg ik honger', is zijn overtuigende antwoord. Zodra hij zijn vork in de aardappels zet, krijgt hij gezelschap. Koolmeesjes vliegen door het raam naar binnen en komen op de rand van zijn bord zitten. Met hun snavel prikken ze in het dampende eten. Ze beginnen bij de aardappels, net als Wim.



foto's: Matthijs Reppel   tekst: Frits Baarda