HET VLIJPARK   TUIN  48   


OP TUIN 48 TUINIERDEN AAD EN SANDER HAMELS TOT VOORJAAR 2013












'Water gaat voor bomen'

Tweemaal per jaar zit Sander Hamels in de put. Het overkomt hem in het voor- en in het najaar. Dan buigt hij zich met zijn hoofd diep voorover, tot bijna een meter onder de grond. Daar bevindt zich de watermeter, die eruit of erin moet, afhankelijk van het jaargetijde. Honderd meters staan er bij de huisjes en hij is er verantwoordelijk voor. Sander Hamels (1932) geeft leiding aan de vier man sterke waterploeg.

En keer ging het mis. Sander viel voorover in een put. Zijn hoofd wilde niet terug. En de anderen waren al vertrokken, naar een andere klus. 'Ze waren me kwijt', vertelt hij. 'En ik kon niet zeggen waar ik was. Een overbuurman heeft me gevonden en eruit getrokken.'

Waterman is hij graag. Het is leuke afleiding, en hij kan zijn kennis over buizen en pijpen kwijt. Als gepensioneerd pijpfitter heeft hij tijd genoeg. Samen met zijn vrouw Adrie zit hij al zeven jaar in tuinhuis 48, nadat ze eerst hun bootje en daarna de caravan hadden afgeschaft. 'Het geeft hier een hoop rust', zegt hij, uitkijkend over zijn strak gemaaid grasveld. 'Geen verplichtingen, je zit hier helemaal op je gemakkie.' Het liefst zit hij in zijn kas, waar hij zijn groenten koestert. Buiten zorgt Adrie voor de bloemen. Als het warm is haalt Sander water uit de sloot bij de overbuurman en vult hij er vier enorme tonnen mee, achthonderd liter bij elkaar. 'Ik zorg dat er water is', zegt hij onder zijn veranda met druiven. 'Mijn vrouw weet welke bloemen het meeste lusten.'

Bij hem zijn de tuin en de waterleiding in orde. Geen boom die de pvc-buizen kan verpulveren. Wortels, je mag ze niet de ruimte geven. Grote bomen moeten wijken, water gaat voor. Maar de leidingen kunnen ook spontaan scheuren, wegens ouderdom. Ze zitten er al dertig jaar in. Altijd zijn er wel lekkages, geheid op de t-splitsing. 'Leidingen zijn net als mensen, er komen steeds meer gebreken bij en op een bepaald moment houden ze ermee op.'





foto's: Matthijs Reppel    tekst: Frits Baarda